3. Wat is nu eigenlijk een POR?

De POR is het eerste onderdeel van de TREC en staat voor Parcours díOrientation et de Regularitť, oftewel een oriŽntatierit met een voorgeschreven snelheid. De lengte, snelheid en verplichte bepakking zijn afhankelijk van het niveau waarin je rijdt. De POR wordt op stafkaart gereden. 20 minuten voor vertrek krijg je een moederkaart waar de route al op staat, en een blanco stafkaart, waar je de route op moet overnemen.

Tijdens het intekenen blijft het paard netjes vastgebonden bij de aanbindplaats staan. Er wordt dus van je verwacht dat jouw paard braaf alleen kan blijven staan. Kan je paard niet braaf alleen staan, zorg er dan voor dat iemand op jou paard let.
De route is door de organisatie opgedeeld in 3-10 trajectonderdelen, die ieder in een bepaald tempo gereden moeten worden. Tussen de trajecten staat een controlepost die de tijd zal noteren. Op basis van de tijd wordt berekend of de ruiter zich aan de voorgeschreven snelheid heeft gehouden.
De controlepost noteert ook of je bij de post goed aan bent gereden. Als je de post vanaf de verkeerde kant aanrijdt, krijg je strafpunten. Na de post begint ook weer een nieuwe voorgeschreven snelheid, tussen de 6 en 12 km/u. Omdat je als ruiter niet weet waar de controleposten staan, zal je constant het tempo en de terreinomstandigheden in de gaten moeten houden.
Tijdens de rit zoek je dus zelf je weg door middel van de kaart, er staat onderweg geen route aangegeven! In de T1 en T2 mag je met maximaal 3 mensen in een groepje rijden (equipe) in de T3 is dat maximaal 2. In de hogere klassen rijd je individueel en is de moeilijkheidsgraad groter.
3.1 Wat wordt erin de POR gevraagd?
Uiteindelijk draait het in de POR om drie dingen:
- De conditie en het uithoudingsvermogen van ruiter en paard.
- Het oriŽntatievermogen en kaartlezen van de ruiter.
- Het aanhouden van een bepaalde snelheid te paard.
Voor vertrek van de POR krijg je ook een zogenaamde ruiterkaart. Op deze kaart wordt genoteerd wat de aankomst- en vertrektijd is bij elke post en of de bepakking klopt. Mocht je onderweg een knipper tegenkomen, dan knip je hiermee in je ruiterkaart. De knippers hebben allemaal een ander patroon, zo weet de organisatie ook dat je ook echt alle knippers tegen bent gekomen.
3.2 Bepakking tijdens de POR
In de POR worden, naargelang de klasse, een aantal verplichte items gevraagd om mee te nemen.
Deze zijn:

T1/T2:
- Halster (of halsterhoofdstel);
- Touw;
- Identiteitspapieren van paard (mag een kopie zijn);
- Identiteitspapieren ruiter (geen kopieŽn toegestaan!);
- Eventueel informatie over ziektes,  allergieŽn of medicijnen;
- Mes;
- Hoevekrabber.

T3 en T4:
- Halster (of halsterhoofdstel);
- Touw;
- Identiteitspapieren van paard (mag een kopie zijn);
- Identiteitspapieren ruiter (geen kopieŽn toegestaan!);
- Voor beslagen paarden, een hoefschoen of een noodset voor hoefijzers;
   Met de noodset moet een loshangend ijzer verwijderd kunnen worden of deugdelijk worden vast gemaakt;
- Eventueel informatie over ziektes, allergieŽn of medicijnen.
- Ruiterverlichting (wit voorzijde, rood achterzijde en reflecterende banden om goed zichtbaar te zijn).
- EHBO set bestaande uit:
  * 6 steriele gaasjes;
  * 1 schaar met ronde uiteinden;
  * 1 zelfklevende elastische bandage, 10 cm breed;
  * 1 flesje desinfectans of 1 flesje antiseptisch.
- Mes;
- Hoevekrabber.

4. Wat is een MA?
De MA (MaÓtrise des Allures) ofwel de gangenbeheersingsproef, is vaak het tweede onderdeel.
Het test of de ruiter controle heeft over de gangen van het paard. Het gaat erom dat je zo langzaam mogelijk kan galopperen en zo snel mogelijk kan stappen. Het pad waar de MA gehouden wordt is zoín 2 meter breed en 100 tot 150 meter lang. Tijdens de MA gaat het erom dat je jouw paard het hele traject in dezelfde gang houdt en niet buiten de markering komt.
In totaal vallen er 60 punten te verdienen bij de MA: 30 voor de stap en 30 voor de galop. Val je tijdens een van beide trajecten in een andere gang of stapt het paard buiten de baan, dan kan je alsnog punten halen tijdens het andere traject.
De punten worden dus bepaald op basis van de snelheid. Langs de baan zullen meerdere juryleden staan om de gangen te beoordelen. Omdat je hier behoorlijk wat punten kan verdienen als je het goed doet, loont het zeker om hier goed op te trainen.

5. Wat is de PTV?

De PTV is het derde onderdeel en staat voor Parcours en Terrain Variť oftewel een behendigheidsparcours of terreinrit.
De organisatie kan kiezen uit zoín 37 verschillende hindernissen, die onder het zadel of aan de hand gedaan moeten worden. De hindernissen zijn natuurlijke of gesimuleerde moeilijkheden, zoals een boom, brug, poort, achterwaarts of een waterpassage.
De route van de PTV is 1,5 tot 5 kilometer lang en moet afgelegd worden in een ideale tijd met een snelheid van gemiddeld 8 tot 12 km/u.
Je mag zelf kiezen welke gang je tussen de hindernissen aanhoudt, maar tussen de markeringen bij een hindernis kan de gang het aantal punten bepalen wat je voor de hindernis krijgt. Een niet genomen hindernis levert geen punten, maar ook geen diskwalificatie op. Wel moet je je afmelden bij de hindernisjury, deze zal aangeven wanneer je mag vertrekken naar de volgende hindernis. Het parcours kan je van tevoren bekijken, vaak met de organisatie, die de hindernissen nog zal toelichten.
Tijdens de PTV zal de jury van een hindernis de combinatie beoordelen op doeltreffendheid, doorzettingsvermogen en de stijl.