6. De wedstrijd
6.1 Inschrijven
Enkele weken/maanden voor aanvang van de wedstrijd komt het inschrijfformulier op de website te staan. Houdt hiervoor goed de website in de gaten vanaf wanneer de inschrijving opent, zodat je niet te laat bent en alles al vol zit. Vul het formulier volledig in met alle informatie over jou en je paard. Controleer of de entingen in het paspoort kloppen. Je moet een basisenting hebben (twee entingen met ongeveer 6 weken ertussen) en daarna steeds binnen een jaar geënt hebben. Lees hiervoor de reglementen na! Niet alleen hiervoor, maar je wordt geacht de reglementen te kennen als je op wedstrijd gaat.
6.2 Aankomst
Als je aankomt op de wedstrijdlocatie kan je je eerst gaan melden bij het secretariaat. Daar betaal je eventueel nog openstaande kosten en wordt er aangewezen waar je de trailer kan parkeren en een paddock kan maken voor je paard. Het is de bedoeling dat je zelf materiaal meeneemt om een paddock te maken, dit is niet aanwezig. Je kan later terugkomen op het secretariaat om de entingen te laten controleren en eventueel je rugnummer te krijgen.
6.3 Veterinaire controle
De veterinaire controle bestaat uit het controleren van de hartslag, ademhaling, slijmvliezen, darmen en spieren. Ook wordt er gekeken naar de locomotie, of je paard regelmatig loopt.
Alle resultaten worden bijgehouden door de dierenarts en zijn/haar assistent.
Er kunnen drie veterinaire controles zijn. De eerste is voorafgaand aan de POR.
Dit kan op vrijdagavond gedaan worden voor de mensen die op vrijdag aankomen of op zaterdagochtend voor de mensen die op zaterdag aankomen. Er is alleen een aanvangstijd voor de keuring, zorg er dus voor dat je op tijd bent. De tweede controle is een half uur nadat je terugkomt van de POR. Zorg ervoor dat je je binnen een half uur bij de dierenarts meldt.
De laatste controle is op zondag, voordat je begint aan de MA en PTV. De organisatie geeft van te voren aan hoeveel veterinaire controles er gedaan worden.
6.4 Klaarmaken voor de POR
Als je paard is goedgekeurd mag je op zaterdagochtend opzadelen en zorgen dat je op tijd klaar bent voor de start. Denk eraan dat je een verplichte bepakking mee moet nemen en dat deze gecontroleerd wordt.
De verplichte bepakking voor de klasse T1 en de T2 bestaat hieruit:
- Halster (of halsterhoofdstel);
- Touw;
- Identiteitspapieren van paard (mag een kopie zijn);
- Identiteitspapieren ruiter (geen kopieën toegestaan!);
- Eventueel informatie over ziektes,  allergieën of medicijnen;
- Mes;
- Hoevekrabber.
Zorg ervoor dat je bepakking goed vastzit en gelijk verdeeld is. Zware zadeltassen kunnen drukplekken veroorzaken en losse zadeltassen kunnen een paard goed laten schrikken als je gaat draven. Een halster kan je makkelijk onder of over je hoofdstel doen. Het touw kan je aan het halster laten zitten en aan je zadel binden of opgerold aan je zadel bevestigen.
Let op: je moet met dit halster je paard ook vastzetten tijdens het intekenen. Het wordt ten strengste afgeraden om vast te zetten met een touwhalster!
Mocht er koud weer verwacht worden, zorg dan voor een uitrijdeken om je paard tijdens de lunchpauze warm te houden.
6.5 Starten met de POR
Je hebt in de week voor de wedstrijd een starttijd gekregen. Ruim op tijd meld je jezelf bij de maproom. Hier zal je telefoon verzegeld worden. Wanneer je je kaart hebt gekregen heb je 20 minuten de tijd om de route over te nemen en uit te meten. Het intekenen doet een deelnemer individueel en er mogen geen vragen over de kaart gesteld worden aan de waarnemers. De deelnemer moet zelf zorgen voor pennen en stiften. Het wordt aangeraden om verschillende soorten en kleuren mee te nemen, omdat sommige pennen niet werken op geprinte kaarten. Donkere kleuren worden afgeraden, omdat je dan de onderliggende kaartgegevens niet meer ziet. De stafkaarten zijn 1:25000.
Vanaf de T3 kan je ook Grid- of Azimutopdrachten krijgen. Bij Azimut wordt er een route gegeven die alleen op kompas gereden kan worden en bij Grid krijg je kaartcoördinaten die je op je kaart moet intekenen en later op moet zoeken. Het kan zijn dat je naar een controlepost moet rijden, of twee punten waartussen je de ideale en kortste weg mag kiezen.
In de T1 en T2 variëren de afstanden van de POR van maximaal 15 kilometer (1-daagse) tot maximaal 25 kilometer (2-daagse). Dit loopt per klasse op tot 45 kilometer. Een deelnemer zal daardoor tussen de 2 en 7 uur onderweg zijn.
6.6 Controleposten
De totale route wordt opgedeeld in nog 3 tot 10 stukken met telkens een controlepost ertussen. De locatie van deze controleposten is onbekend. Bij de controlepost is een rusttijd van 5-15 minuten die niet meetelt in de rijtijd en na de controlepost wordt een nieuwe snelheid opgegeven. Op de controlepost kan ook een dierenarts aanwezig zijn en bij oververmoeide paarden kan een dwangpauze worden opgelegd, die wél meetelt in de rijtijd.
Een controlepost kan bemand of onbemand zijn. Een onbemande controlepost bestaat meestal uit een oranje object (pylon) met een knipper. De deelnemer knipt hier mee in de kaart, waardoor de jury weet dat de juiste route is gevolgd. Een bemande post heeft controleurs die de tijd noteren op een eigen lijst en op de ruiterkaart van de deelnemer.
De ruiter begint met een krediet van 240 punten en voor elke minuut verschil met de ideale rijtijd per traject wordt één punt afgetrokken. Een gemiste controlepost kost de deelnemer 50 punten en het verkeerd aanrijden van een controlepost kost 30 punten. Het ontbreken van de verplichte bepakking kost 2 tot 10 punten. Als een deelnemer te laat bij de start of een controlepost vertrekt straft deze zichzelf, doordat deze tijd gecompenseerd moet worden.
De strafpunten worden per afzonderlijk traject gerekend. Het kan dus zijn dat het totaal aan strafpunten negatief kan uitvallen en lager ligt dan de 240 punten die de deelnemer aan de start krijgt.
Naast de verplichte bepakking kan het nuttig zijn om niet-verplichte hulpmiddelen mee te nemen zoals een opvouwbare emmer om het paard bij warm weer te kunnen laten drinken, een fluitje voor in geval van nood, een poncho, wc-papier en tie-rips of Ductape voor eventuele reparaties onderweg. Een mobiele telefoon mag wel meegenomen worden, deze zal verzegeld worden voor aanvang van de POR. Maar let op: het gebruik van mobiele telefoon, GPS, Walkie-Talkie, etc. zijn verboden!
Gebruik van telefoon is alleen toegestaan voor noodgevallen.
Voordat je de POR start zal er ook gemeld zijn waar de ‘End of route’ is. Op dit punt meld de deelnemer zich nadat hij de finish heeft gepasseerd om te horen of, waar en wanneer er een veterinaire keuring is. Als de finishpost gemist wordt en de ruiter meldt zich op het eindpunt, dan zal deze tijd worden genoteerd en wordt de finishpost als gemiste post aangerekend. De deelnemer heeft dan wel de POR uitgereden.
7. De MA
In de MA wordt de beheersing van de gangen stap en galop getest. Er is een maximum van 60 punten te verdienen: 30 voor de galop en 30 voor de stap. Tijdens de proef moet de deelnemer zo langzaam mogelijk in galop en zo snel mogelijk in stap het (afgebakende) parcours afleggen, wat 100 meter of 150 meter lang en zo’n twee meter breed is. Over de hele lengte van de baan staan juryleden die de gangen controleren. Onregelmatigheden, gangonderbrekingen en het buiten de baan raken levert 0 punten op voor dat onderdeel. De deelnemer dient wel de aanwijzingen van de jury op te volgen, zodat de tijdwaarneming klaar staat voor elk onderdeel.
8. De PTV
Dit onderdeel beoordeeld de gehoorzaamheid van het paard, de bereidwilligheid en de moed op de hindernissen, de souplesse en de regelmaat in de gangen, de bodemvastheid en de voetzekerheid als ook de samenwerking en de teamgeest tussen de ruiter en zijn paard in de verschillende moeilijkheden op het terrein.
Het parcours moet aangeduid worden vanaf de eerste dag van de wedstrijd en moet volgende gegevens bevatten:

- De start- en aankomstplaats.
- De afstand.
- De maximaal toegelaten tijd.
- De hindernissen (naam en nummer).
- De overschrijdingswijze (aan de hand of te paard).
- De gang (indien verplicht) stap, draf, galop of vrije gang.

De PTV vind plaats op een terrein van 1,5 tot 5 kilometer lengte. De ideale rijtijd van het parcours zal vastgesteld worden door de parcourschef. Meestal wordt er 8 tot 12 km/u gereden.
Het parcours mag eerst te voet en zonder paard verkend worden. Meestal is er een gezamenlijke verkenning, zodat de parcourschef nog informatie kan geven over de verschillende hindernissen.
Op het parcours staan 16 genummerde hindernissen opgesteld, zoals je die op een trektocht tegen zou kunnen komen. De hindernissen moeten in de aangegeven volgorde gereden worden. Links en rechts zijn de hindernissen afgevlagd (links=wit, rechts=rood). Voor elke hindernis staat er in het hindernisreglement beschreven hoe er de meeste punten verdiend kunnen worden en hoe de hindernis uitgevoerd moet worden.
Voor elke hindernis kan er 10 punten verdiend worden, dus in totaal 160 punten. Een niet genomen hindernis levert geen punten op, maar ook geen diskwalificatie. Als de ruiter een hindernis over wil slaan moet dit wel bij de jury van de betreffende hindernis gemeld worden. De jury zal aangeven wanneer de ruiter verder mag, dit in verband met een eventuele oneerlijke tijdsconcurrentie.
Vergeet een deelnemer zich af te melden bij een hindernis, dan zal dit aangerekend worden als een parcoursfout en tellen de PTV punten niet mee in de eindscore. De ruiter wordt wel geklasseerd voor de wedstrijd.
Elke hindernis wordt beoordeeld met punten tussen de 0 en 10. Daarbij tellen de stijl en de uitvoering mee, maar is het ook afhankelijk van de tijd, het aantal pogingen en eventuele strafpunten. In de T1 en T2 zijn de hindernissen (sprong op/afsprong) maximaal 60 centimeter hoog. De juryleden van elke hindernis hebben een lijst waarop ze elke combinatie kunnen beoordelen.
8.1 Richtlijnen van de beoordeling
Uitvoering (foutenlast):
- Wel of niet uitgevoerd, weigering
- Wel of niet overwonnen
- Bewogen of niet bewogen
- Gehoorzaam of ongehoorzaam
Het aantal punten wat per hindernis gegeven wordt:
· 7 punten:
   geen weigering of ongehoorzaamheid, geen ingreep van de ruiter, geen storing in de verplichte gang of voortbeweging.
- 4 punten:
  één weigering of ongehoorzaamheid, één ingreep van de ruiter, één storing in de verplichte gang of voortbeweging.
- 1 punt:
  twee weigeringen of ongehoorzaamheden, twee ingrepen van de ruiter, twee storingen in de verplichte gang of voortbeweging.
- 0 punten:
drie weigeringen of ongehoorzaamheden, drie ingrepen van de ruiter, drie storingen in de verplichte gang of voortbeweging waarbij de deelnemer weliswaar niet is uitgeschakeld voor de PTV.
- Fout parcours: 0 punten voor de gehele PTV
De overige punten die verdiend kunnen worden zijn voor de stijl:
- Zeer goed: +3
- Goed: +2
- Voldoende: +1
- Middelmatig: 0
- Onvoldoende: -1
- Slecht: -2
8.2      Specifieke opmerkingen en voorbeelden
- Bij een hindernis waar een bepaalde gang is voorgeschreven (galop, stap, draf) wordt een onderbreking
  of een storing in het ritme/gang beoordeeld in de rubriek “Uitvoering”.
- Als een langzamere gang gekozen wordt (bvb. galop is verplicht maar men rijdt alles in draf),
  dan wordt dit beoordeeld in de rubriek “Stijl”.
- Wisselt de combinatie in de hindernis van een snellere naar een langzamere gang,
  dan wordt voor de punten in de stijlbeoordeling de langzamere gang beoordeeld.
- Een val (van paard en/of ruiter) in de hindernis krijgt een 0-score voor de die hindernis.
- Een val (van paard en/of ruiter) buiten de strafzone straft zichzelf in de tijd.
- Een 0-score voor de uitvoering van een hindernis resulteert automatisch in een totale 0-score
  voor desbetreffende hindernis.
- Als een hindernis bedoeld is om onder het zadel genomen te worden, en deze wordt aan de hand genomen,
  dan volgt een 0-score voor deze hindernis.
- Bij het voeren aan de hand dienen de stijgbeugels altijd opgestoken of over het zadel gelegd te worden
  uit veiligheidsoverwegingen (ook fenders bij westernzadels kan met een koordje vastgebonden worden
  aan de knop). Dit niet doen levert strafpunten op.
- Bij op- of afsprongen aan de hand mag – in de hindernis – de neus van het paard NOOIT de schouder
  van de ruiter voorbijsteken op straffe van een fout.
8.3 Strafpunten
Extra strafpunten kunnen worden gegeven voor overwinning van een hindernis met grove en/of onnodig extreme inwerking van de hulpen of het veroorzaken van gevaarlijke situaties. Bij hindernissen aan de hand wordt een strafpunt gegeven als de stijgbeugels niet opgestoken of over het zadel liggen.
8.4 Tijd
Het overschrijden van de ideale PTV tijd levert eveneens strafpunten op : per 4 seconde tijdsoverschrijding wordt bestraft met 1 strafpunten, deze kan maximaal oplopen tot 30 stafpunten (een tijdsoverschrijding van 2 minuten of meer!).
8.5 Eindresultaat
Het eindresultaat in de PTV is het aantal uitvoeringspunten per hindernis plus de stijlpunten min de strafpunten (extra strafpunten + tijdsoverschrijding).
9. Tot slot
TREC staat ook voor vriendschap en fair-play ongeacht de taal, de religie, het type paard, de rijstijl (zowel Endurance uitrusting als western outfit vindt men broederlijk naast elkaar), het ongedwongen samenzijn en samen een gezonde buitenluchtsport beoefenen met ieders belangrijkste vriend, het paard!
TREC staat voor een gezellig weekend onder vrienden.
TREC staat vooral in het teken van het paard.
Veel plezier bij de volgende TREC wedstrijd.